Hoe te navigeren door de regels van de Wet Franchise? 

Vandaag (16 juni 2020) is het Wetsvoorstel Franchise in de Tweede Kamer aangenomen.

UPDATE: op 30 juni 2020 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel ook aangenomen. De ‘Wet Franchise’ zal – naar verwachting – al per 1 januari 2021 in werking treden.


Hoe bereid jij je voor op 2021?

Wat komt er de komende tijd op ons af?

Je leest het goed: januari 2021. Dat is al binnen een jaar. Per 1 januari 2021 dienen nieuwe franchiseovereenkomsten aan de Wet Franchise te voldoen. Als franchisegever mag je niet ten nadele van in Nederland opererende franchisenemers afwijken van deze nieuwe franchisewet.

En het gaat nog veel verder: binnen twee jaar na invoering van de wet (dat zou zijn per januari 2023) moeten de bestaande franchisecontracten in lijn zijn gebracht met de Wet Franchise. Dit brengt met zich dat afwijken van enkele belangrijke wettelijke bepalingen, zoals met betrekking tot de goodwill-regeling en het postcontractuele non-concurrentiebeding, ook niet is toegestaan ten nadele van (Nederlandse) franchisenemers.

De Wet Franchise verschaft regelingen over tal van zaken, zoals: ‘goed franchisegeverschap en franchisenemerschap’; een uitgebreide informatieplicht voor de franchisegevers; voorschriften voor reorganisatie van de franchiseformule, althans wijziging van de franchiseovereenkomst; nieuwe vereisten voor een geldig non-concurrentiebeding; en voorschriften voor een goodwill-regeling.

Als je dit interessant vindt, lees dan zeker de rest van dit artikel.


Wat gaat de ‘Wet Franchise‘ voor jou betekenen?

UPDATE (1 juli 2020): op het moment van het schrijven van dit artikel (16 juni 2020) was er nog sprake van een ‘wetsvoorstel’. Op 30 juni 2020 heeft de Eerste Kamer dit wetstvoorstel aangenomen, zodat we met zekerheid kunnen uitgaan van een nieuwe ‘Wet Franchise’. Belangrijk hierbij is dat de franchisewet al in werking treedt per januari 2021. Dan heb je dus nog maar enkele maanden om je hierop voor te bereiden. Daarom schreef ik in juni al dit artikel.

Franchisegevers
stellen mij de vraag: wat moet ik doen om te voldoen aan de Wet Franchise? Professionele franchiseorganisaties hebben compatibiliteit met wetgeving hoog in het vaandel staan.

In mijn praktijk zie ik dat steeds meer franchisegevers het beschouwen als een visitekaartje naar aspirant-franchisenemers toe dat zij hun set met franchise-informatie, franchiseovereenkomst en bijbehorende documenten netjes en vlot kunnen presenteren. Als advocaat gespecialiseerd in franchiserecht help ik franchisegevers met het vormgeven en aanpassen van franchiseovereenkomsten, documenten en reglementen ten behoeve van hun franchiseformule.

Als franchisenemer heb je door de wet meer houvast en duidelijkheid waar een franchiseovereenkomst aan zou moeten voldoen. Zeker wanneer je actief bent met je onderneming in Nederland, want dan is afwijken van de franchisewet ten nadele van franchisenemers niet toegestaan. Echter dien je je niet blind te staren op de wettekst, want er zijn nog tal van aandachtspunten die je in acht dient te nemen om een verantwoorde beslissing over je franchisecontract te nemen.

Voor franchisenemers die hier meer over willen weten, schreef ik eerder een andere blog: Franchisenemer worden 11 tips voordat je het franchisecontract sluit’. Franchiseraden, franchisenemerscollectieven en individuele franchisenemers ondersteun ik onder meer door de de franchise afspraken en de rechtsgeldigheid van het franchisecontract te toetsen.

 

9 eyecatchers: wat zijn jouw franchisewet-vraagstukken?

Waar gaat de Wet Franchise op hoofdlijnen over? Ik belicht negen (9) in het oog springende onderwerpen.


(1) De ‘franchiseovereenkomst’ gedefinieerd
De ‘franchiseovereenkomst’ wordt net als diverse andere overeenkomsten, zoals de arbeids-, de huur-, de verzekerings-, de opdracht- en de agentuurovereenkomst in de wet benoemd. Het is denkbaar dat partijen niet onder toepassing van de franchise-wetgeving vallen.

Echter als een franchiseformule voldoet aan deze definitie, dan is de wetgeving nu eenmaal van toepassing, zelfs als de contracten (nog) niet als ‘franchiseovereenkomst’ zijn betiteld.

Mijn verwachting is evenwel dat veel franchisegevers juist naar hun (aspirant-)franchisenemers toe willen laten zien dat zij in lijn met de Wet Franchise opereren, zodat zij – mogelijk mede om commerciële redenen en om vertrouwen te winnen – expliciet in het franchisecontract bevestigen dat zij met de franchisenemer een franchiseovereenkomst sluiten in de zin van de Wet Franchise. Een (aspirant-)franchisenemer kan zijn positie hierdoor beter gewaarborgd achten en zou hierdoor meer vertrouwen hebben in het ondernemerschap op basis van de franchiseovereenkomst met de betreffende franchisegever.

(2) ‘Goed franchisegeverschap’ en ‘goed franchisenemerschap’
De begrippen ‘goed franchisegeverschap’ en ‘goed franchisenemerschap’ worden verankerd in de wet. Franchisegevers en franchisenemers zullen zich als ‘goed franchisegever’ en ‘goed franchisenemer’ ten opzichte van elkaar moeten gedragen. Maar wat is  ‘goed’?

Ik verwacht dat franchisegevers en franchisenemers in de eerste jaren na invoering van de franchisewet deze wettelijke ‘kapstok’ zullen gebruiken als onderbouwing van argumentatie dat de andere partij zich anders zou behoren op te stellen. Vanaf 2021 zal dat pionieren zijn, waarna na enkele jaren – naar verwachting – meer concreet aan de hand van rechterlijke uitspraken invulling zal worden gegeven aan deze wettelijke norm.

(3) Informatiepakket door de franchisegever 4 weken voor de start
Een in het oog springend punt is de informatieverstrekking door de franchisegever in de onderhandelingsfase (ook wel: de précontractuele fase).

Uiterlijk vier (4) weken voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomsten moet de franchisegever aan de (dan nog aspirant-)franchisenemer hebben verstrekt:

1 het ontwerp van de franchiseovereenkomst inclusief bijlagen;
– 2 informatie over de door de franchisenemer te betalen vergoedingen/bijdragen en de te verrichten investeringen;
3 informatie over de wijze en frequentie van overleg tussen de franchisegever en de franchisenemers van de franchiseformule;
4 informatie over de (concurrerende) activiteiten van de franchisegever zelf;
5 informatie hoe de franchisenemer wordt geïnformeerd over omzet gerelateerde gegevens die voor het franchisenemersbedrijf van belang zijn;
6 informatie over de financiële positie van de franchisegever;
7 de financiële gegevens met betrekking tot de beoogde locatie/vestiging van de franchisenemer, of indien dit niet voorhanden is, financiële gegevens met betrekking tot een of meer vergelijkbaar geachte franchisenemersbedrijven; en
8 overige informatie waarvan de franchisegever vermoedt dat deze van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst.

Als je franchisegever bent of wilt worden, dan begrijp je dat je goed voorbereid te werk zal moeten gaan. Mijn verwachting is dat franchisegevers – nog meer dan voorheen – een overzichtelijke set informatie voor de (aspirant-) franchisenemers zullen creëren aan de hand van de hiervoor genoemde punten.

(4) Informatieverstrekking door de franchisenemer & onderzoeksplicht voor de franchisenemer
Niet alleen voor de franchisegever maar ook voor de franchisenemer geldt een informatieplicht. Namelijk ten aanzien van diens financiële positie voor zover van belang in het kader van de franchiseovereenkomst.

Bovendien wordt in de Wet Franchise verankerd dat de beoogd franchisenemer binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid de nodige maatregelen moet treffen om te voorkomen dat hij onder de invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst. Ook op dit laatste onderdeel verwacht ik in de komende jaren uitkristallisatie in de rechtspraak wat een aspirant-franchisenemer dan juist wel of niet zou moeten doen.

(5) Bijstand en ondersteuning door de franchisegever
Wat betreft de bijstand die een franchisegever verleent aan de franchisenemers zie ik in mijn franchiserecht praktijk grote verschillen per franchiseformule. In de nieuwe franchisewet is ook dit onderwerp in de wet benoemd.

Zo is bepaald: de franchisegever verleent de franchisenemer (1) de bijstand, alsmede (2) de commerciële ondersteuning en (3) de technische ondersteuning, die redelijkerwijs en in relatie tot de aard en de strekking van de franchiseformule verwacht mag worden met het oog op de exploitatie van de franchiseformule door de franchisenemer. Meer bijstand en ondersteuning is niet uitgesloten: acht de franchisenemer dit gewenst dan moet de franchisenemer dit zelf aankaarten bij de franchisegever.

(6) Franchise-overleg-structuur
Overleg tussen de franchisegever en de franchisenemer dient op basis van de franchisewet tenminste één maal per jaar plaats te vinden. Wil je meer lezen over de franchise-overleg-structuur, lees dan mijn eerdere blog over dit onderwerp: gestructureerd franchiseoverleg = meer franchisesucces.

Over dit onderwerp plaats ik binnenkort een volgend artikel op de Pep Legal website.

(7) Reorganisatie van de franchiseformule en wijziging van de franchiseovereenkomst vergt zorgvuldigheid
Ten aanzien van een reorganisatie van de franchiseformule, een wijziging van koers van de franchisegever en de aanpassing van de franchiseovereenkomst is extra oplettendheid geboden. In het bijzonder wanneer je als franchisegever bij reorganisatie en/of wijzigingen tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomsten van de franchisenemer een investering, dan wel meer vergoeding/bijdrage verlangt, dan wel  een omzetderving van het franchisenemersbedrijf voorziet.

Reden hiervoor is dat op basis van de Wet Franchise in voorkomende gevallen de franchisegever de voorafgaande instemming nodig kan hebben van:

– 1 een meerderheid van de franchisenemers met wie de franchisegever een franchiseovereenkomst heeft gesloten, of
– 2
 elk van de franchisenemers die op bepaalde wijze door de franchiseorganisatie of contractswijziging worden geraakt (denk aan meer investeringen, meer kosten aan franchise fee en overige vergoeding en/of omzetderving).

(8) Non-concurrentiebeding na afloop franchiseovereenkomst
Bijzonder aandachtspunt is het post-contractuele non-concurrentiebeding. Dit is niet het non-concurrentiebeding dat geldt tijdens de franchiserelatie, maar het non-concurrentiebeding na afloop van de franchiserelatie.

Voor een dergelijk beding worden vijf vereisten gesteld:
1 moet schriftelijk zijn,
2 mag enkel zien op met de franchiseformule concurrerende activiteiten (te verkopen concurrerende goederen of te verlenen concurrende diensten),
3 moet onmisbaar zijn om de door de franchisegever overgedragen knowhow te beschermen,
4 mag niet langer duren dan één jaar na afloop van de franchiseovereenkomst, en
5 de geografische reikwijdte moet beperkt zijn tot het gebied waarbinnen de franchisenemer actief is geweest.

NB: dit is een samengevatte, verkorte versie van de wettekst om het zoveel als mogelijk leesbaar te houden in dit artikel.

Maar dan zijn we er nog niet, want op alle franchiseovereenkomsten die voorafgaand aan de inwerkingtreding zijn gesloten, wordt (ook) dit wetsartikel na twee jaar van toepassing (verwacht wordt aldus al per januari 2023).

Dit betekent: wil je jouw bestaande franchiseovereenkomst in lijn brengen met de wet – tenzij alles al in lijn is met deze Wet Franchise, wat vrij uniek zou zijn als ik kijk naar de vele franchisezaken die ik behandel – dan is het zaak dit binnen nu en 2,5 jaar te doen (indien de Wet Franchise inderdaad per januari 2021 in werking treedt). Immers, deze wet bepaalt ook dat een contractueel beding (lees een artikel uit je franchisecontract) dat in strijd is met de franchisewet, nietig is.

(9) Goodwill-regeling
Hetzelfde geldt ten aanzien van ‘goodwill’-bepalingen in franchisecontracten. De nieuwe franchiseovereenkomsten moeten per de inwerkingtreding van de Wet Franchise (aldus wellicht 1 januari 2021); en de bestaande franchiseovereenkomsten moeten (uiterlijk) twee jaar na inwerkingtreding van de wet (wellicht dus 1 januari 2023) aan de Wet Franchise te voldoen.

Vereisten in het kader van de goodwill-bepaling zijn (1) duidelijkheid creëren in het franchisecontract hoe de waarde van de goodwill wordt vastgesteld; en (2) op welke wijze de aan de franchisenemer toe te rekenen goodwill aan de franchisenemer wordt vergoed bij overname door de franchisegever dan wel door een opvolgende franchisenemer.


Over de Wet Franchise en de effecten hiervan voor franchisegevers, franchisenemers en franchiseraden zou ik zeker meer kunnen schrijven en nog veel meer kunnen vertellen, maar voor dit artikel laat ik het bij deze samenvatting met hiervoor opgenomen negen aandachtspunten.

 

Het belang van voortvarende voorbereiding op de Wet Franchise

De nieuwe franchisewet kan zowel franchisegevers als franchisenemers houvast en duidelijkheid bieden, waardoor dit zou kunnen bijdragen aan het sneller kunnen nemen van beslissingen over franchise afspraken. Tevens zou dit ertoe kunnen leiden dat – ook al is het momenteel (juni 2020) onrustig in de economie – het vertrouwen van ondernemers om in te zetten op franchise (als franchisegever dan wel als franchisenemer) toeneemt, doordat er nu -mits de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt – door middel van een officieel wetgevingsproces tot ‘franchise-spelregels’ wordt gekomen.

2021 wordt naar mijn verwachting het jaar van meer aandacht voor franchise in Nederland en professionalisering en ‘compliance’ van franchiseorganisaties in Nederland. Echter als franchisegever of franchisenemer heb je meer vraagstukken dan alleen de wet- en regelgeving. Niet in de laatste plaats: jouw commerciële belangen. Wat dacht je van vraagstukken als hoe autonoom en flexibel jij wilt ondernemen? En hoe jij de continuïteit van jouw formule of franchisenemersbedrijf wilt waarborgen? Als ondernemer doe je er verstandig aan deze en andere vraagstukken ook in overweging te nemen.

De tijd tot 2021 is erg kort, terwijl een goede voorbereiding de nodige tijd vergt. Je hebt nog maar een paar maanden. Heb je vragen over de Wet Franchise of wil je hier meer over weten, bel of stuur mij een bericht.

Over de auteur

Jorg van de Peppel

Ik ben advocaat bij Pep FranchiseLawyer. Gespecialiseerd in franchiserecht en contractenrecht. Met mijn kennis en ervaring help ik franchisegevers en franchisenemers de bedrijfscontinuïteit en het rendement nog beter te waarborgen. Dit door hen te helpen op een juridisch verantwoorde wijze succesvol te ondernemen. Ik denk proactief mee over juridische oplossingen en kansen, bied hulp bij het contracteren en geef presentaties aan franchisegevers en franchisenemers.